16 oktober 2017

Minister bevestigt: doorfacturatie personeelskosten niet noodzakelijk bij AGB

 

 De beslissing van de btw-administratie nr. E.T.129.288 van 19 januari 2016 geeft een gedetailleerd overzicht over de btw-plicht van AGB’s. Momenteel is het zo dat de gemeenten de personeelskosten doorfactureert aan het AGB en daarvoor meestal prijssubsidies voor voorziet, waarop 6% btw moet worden betaald. Gezien het feit dat de doorfacturatie van personeelskosten niet bij elke gemeente of stad gebeurt, is het misschien nuttig om in het bijzonder de draagwijdte te vragen van punt 3.4. van bovenstaande beslissing. Punt 3.4. bepaalt het volgende:

 Om uit te maken of een Autonoom Gemeentebedrijf al dan niet moet aangemerkt worden als een instelling zonder winstoogmerk moet ook rekening gehouden worden met volgende elementen:

  - Voor het bepalen van de winst moet rekening gehouden worden met het boekhoudkundig resultaat (met inbegrip van afschrijvingen, aanleggen van provisies, …) en mag men niet louter vergelijken tussen het boek voor inkomende facturen enerzijds en het boek voor uitgaande facturen/dagboek voor ontvangsten anderzijds.

  - Het globale resultaat van de activiteit (dus niet activiteit per activiteit) van de instelling dient in aanmerking te worden genomen. Er wordt evenwel geen rekening gehouden met uitzonderlijke opbrengsten (vb. de inkomsten uit onroerende en financiële transacties). De winst/verlies-positie moet structureel zijn en onafhankelijk van toevallige gebeurtenissen langs inkomsten- of uitgavenzijde.”.

 Het is in deze context dat ik aan de minister van financiën de vraag heb gesteld of hij kon bevestigen of uit punt 3.4. moet worden afgeleid dat de personeelskosten van gemeentelijke personeelsleden die voor het AGB actief zijn, maar waarvan de gemeente de personeelskosten niet aan het AGB doorrekent, niet fictief bij de kosten van het AGB moeten worden gevoegd om te beoordelen of het AGB al dan niet winst realiseert. Ik wou ook graag weten of gemeenten, die in het verleden wel personeelsleden doorrekenden maar dit vanaf 2016 niet meer wensen te doen, dezelfde interpretatie konden toepassen.

 De minister bevestigt mijn standpunt. Indien personeel door de gemeente gratis ter beschikking wordt gesteld, dan wordt inderdaad de waarde hiervan niet in aanmerking genomen voor het bepalen van het boekhoudkundig resultaat. Het fictief bijrekenen van personeelskosten die er niet zijn, zou vereisen dat ook voor andere kosten en investeringen moet worden nagegaan of ze tegen de “juiste” waarde in de resultatenrekening zijn opgenomen. Dit zou in de praktijk ongewenste problemen creëren, waardoor de doelstelling van de beslissing van de btw-administratie, met name rechtszekerheid en duidelijkheid scheppen zonder al te veel administratieve rompslomp, volledig zou worden uitgehold.

 Gemeenten, die in het verleden wel personeelsleden doorrekenden maar dit vanaf 2016 niet meer wensen te doen, kunnen dezelfde interpretatie toepassen.

 

 

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief. 

Twitter